Paardenkliniek De Waert

Direct contact T0186-625016


Gynaecologie

Heeft u de wens om met uw merrie te gaan fokken, dan kan de volgende informatie u daarbij van dienst zijn:


Hengstigheid

Een merrie heeft een cyclus die seizoensgebonden is. Vanaf eind april tot juli is de beste periode om een merrie te insemineren of te laten dekken. In deze periode is de kans op slagen het grootst. De cyclus van een merrie duurt ongeveer 21 dagen. Wanneer is de merrie hengstig, vormt de hamvraag. Dit kunt u controleren door te schouwen. Schouwen houdt in dat u de merrie in contact brengt met een hengst. Zorg er wel voor dat de merrie en de hengst gescheiden blijven met bijvoorbeeld een staldeur om ongelukken te voorkomen. Snuffelen aan elkaar en er voldoende de tijd voor nemen is belangrijk. Als de merrie niet hengstig is, zal ze de hengst afslaan. Dit houdt in dat de merrie geen interesse toont voor de hengst en zelfs met de achterbenen naar de hengst kan slaan. Is de merrie wel hengstig dan kunt u de volgende verschijnselen opmerken. De merrie toont interesse voor de hengst, ze blitst (knipperen met de vulvalippen), ze laat troebele urine lopen en houdt de staart naar opzij. Ook kan de merrie erg kroelerig zijn bij mensen. Let u er wel op dat merries met een veulen hengstigheid niet altijd tonen. Beter is om de veulenhengstigheid over te slaan en pas de cyclus daaropvolgend te benutten. Denkt u dat de merrie hengstig is dan is de volgende stap het tijdstip van dekken of insemineren te bepalen.De hengstigheid duurt ongeveer 5-7 dagen. De eisprong (ovulatie) zal ongeveer 1 tot 2 dagen voor het einde van de hengstigheid plaatsvinden. Dit is het beste moment om de merrie te laten dekken of insemineren. Als u vermoedt dat uw merrie hengstig is en u wilt weten wanneer de eisprong ongeveer zal zijn dan kunt u met de kliniek bellen voor een afspraak voor een scan van de baarmoeder en eierstokken. Dit onderzoek kan aan huis worden uitgevoerd met een mobiel echoapparaat. Door dit onderzoek kan het moment van de eisprong en het tijdstip van dekken of insemineren beter worden bepaald. 
 

Dekken of insemineren

Een natuurlijke dekking wordt tegenwoordig niet zoveel meer toegepast. Om hygiënische redenen en om meer merries te kunnen dekken met sperma van één hengst, wordt er steeds meer kunstmatige inseminatie (KI) toegepast. Van te voren goede afspraken betreffende dekking of inseminatie van uw merrie met de hengstenhouder zijn belangrijk. Vers sperma is ongeveer 48 uur vruchtbaar. Daarom is het juiste tijdstip van insemineren of dekken, wanneer uw merrie ovuleert, van groot belang voor succes. De kliniek heeft de mogelijkheid om met de Tringa Lineaire scanner aan huis te komen scannen om het juiste tijdstip van inseminatie of dekking zo nauwkeurig mogelijk te bepalen. Bij de scan wordt een sonde met de hand via de endeldarm naar binnen gebracht. De baarmoeder en eierstokken kunnen dan bekeken worden.

 

Tringa lineaire echo


Controle drachtigheid

De eerste controle op dracht vindt 15 dagen na inseminatie of dekking plaats. U kunt dit doen door opnieuw te schouwen met een hengst. Is de merrie niet drachtig dan kunnen er weer hengstigheidsverschijnselen optreden. Het uitblijven van hengstigheid kan dracht vermoeden. Toch geeft een echo op 15-16 dagen na insemineren of dekken meer zekerheid, ook al heeft u wel hengstigheid bij uw merrie gezien. Is er geen dracht dan herhaalt de procedure van schouwen, scannen, insemineren/dekken en controle zich weer. Is de merrie wel drachtig dan wordt er een controlescan uitgevoerd op 6 weken en op 3 maanden na inseminatie of dekking. Het komt vaak voor dat de merrie drachtig bevonden wordt op 15 dagen en toch "leeg" is op 6 weken, vandaar zijn de controlebezoeken van groot belang. Als alles in orde is, kan er met een gerust hart gewacht worden op de geboorte. Tevens is het voordeel van de controles dat een tweelingdracht vroegtijdig gesignaleerd kan worden. Vroeg ingrijpen is van belang om een latere abortus te voorkomen. Ondanks alle goede zorgen kan het gebeuren dat een merrie niet drachtig wil worden. Van hengst veranderen leidt soms tot succes. Soms moet gewacht worden tot het volgende jaar.
 

Tijdens de dracht

De dracht duurt bij een paard gemiddeld 11 maanden, twee weken langer of korter komt regelmatig voor. Tijdens de dracht kan tot ongeveer 8 maanden dracht met de merrie gewerkt worden. Contact met vreemde paarden en stress dienen vermeden te worden tijdens de dracht. Een goed vaccinatie- en ontwormingsschema van de merrie is belangrijk. Zie voor meer informatie hierover op deze website de kopjes vaccinatie en ontworming. Pas in het laatste stadium van de dracht (maand 9 tot 11) is 20-25% extra krachtvoer verstandig. Let er wel op dat de merrie niet te vet wordt, wat een negatief effect heeft op de partus (veulening of geboorte). De merrie dient een maand voor de uitgerekende datum op de locatie te zijn waar de geboorte zal plaatsvinden. Zo kan de merrie wennen aan de veulenbox. Let er op dat de veulenbox groot genoeg is. Dit houdt in dat als het paard plat op haar zij ligt er voldoende ruimte achter de merrie is (2 meter). Een dikke zachte bodembedekking is noodzaak. Zorg ook voor een goede verlichting van de box.
 

De geboorte

De volgende voortekenen van de geboorte kunnen in het laatste stadium van de dracht opgemerkt worden: uierzwelling (vanaf plus minus één maand voor de geboorte), kegelen (is druppeltje melk aan de twee spenen van de uier ongeveer twee dagen voor de partus) en verslappen bekkenbanden (bekijkt u het paard van achteren dan kunt u zien dat het kruis een puntigere vorm krijgt en de staart hoger lijkt te liggen). Vlak voor de partus zal de merrie ander gedrag vertonen. Ze is onrustig en kan koliekverschijnselen vertonen. Zodra de merrie gaat zweten en veel gaat liggen en opstaan, laat de geboorte niet lang meer op zich wachten. Vaak zal een merrie veulenen in de late avond of vroege morgen en op momenten dat u net even niet in de stal bent.
De partus begint met het breken van de vruchtvliezen. Al snel hierna zullen de voorbeentjes en de snuit tevoorschijn komen. De merrie zal flink persen. Vaak zal de merrie op haar zij gaan liggen om de geboorte te voltooien. Binnen ongeveer 20 minuten zal het veulen geboren worden. De navelstreng behoeft u niet door te knippen. Zodra de merrie gaat bewegen, zal de navelstreng op de juiste plaats afscheuren. Eventuele vruchtvliezen om het hoofdje van het veulen moet u verwijderen om het veulen beter te kunnen laten ademhalen. De merrie zal al snel het veulen gaan schoon likken en het veulen zal binnen een uur proberen op te staan. Binnen drie uur zal het veulen al goed biest hebben gedronken. Het veulen zachtjes helpen met het vinden van de uier is toegestaan. De navel van het veulen kan met een lichte Betadine-oplossing ontsmet worden.
Het tweede gedeelte van de geboorte is het uitpersen van de nageboorte. Dit moet binnen 3 tot 5 uur na de geboorte van het veulen gebeuren. Bewaar de nageboorte en laat deze controleren door de kliniek (nageboorte in een emmer doen met een doek erover heen). De nageboorte wordt gecontroleerd op uiterlijk, gewicht en op totaliteit. Er mag niets achterblijven in de merrie want dat kan leiden tot infecties en hoge koorts. Komt de nageboorte niet binnen 3-5 uur, bel dan meteen de kliniek. Loopt alles zoals het moet, dan kunt u de kliniek bellen voor een controlebezoek van het veulen en de merrie. Gaat er tijdens de geboorte iets niet normaal of twijfelt u, bel dan meteen 06-83565675.
 

Gezonde volledige nageboorte